Sara Schrijft: Nachten doorschrijven

 Ik kan ’s nachts doorschrijven als er heel veel ideeën in mijn hoofd rondspoken. Ik kan dan niet rusten voordat ik alles opgeschreven heb. Dit kan ook gebeuren na een hele dag werken. Zodra mijn lichaam kan rusten komt de creativiteit op gang en neem ik blad en papier of mijn telefoon.

Soms word ik ’s nachts wakker met een idee voor het boek of voor een volgend boek. Ik moet dit idee opschrijven en soms ook al verwante onderwerpen opschrijven. Dit kan soms een uur duren. Hierdoor krijg ik niet voldoende slaap en kan ik de volgende ochtend echt uitgeput zijn.

Ik ben ’s nachts vaak bezig geweest met het editen van mijn eerste boek ‘Vlinder uit cocon’. Tijdens de laatste edit van het manuscript (voordat ik het naar de uitgeverij stuurde) ben ik tot 2 uur ’s nachts bezig geweest. Alle fouten moesten uit het manuscript.

Tijdens het uitgeefproces ben ik ook nachtenlang bezig geweest met editen. ToenVlinder uit cocon geaccepteerd werd door boekscout stonden er nog veel fouten in het manuscript, vooral -dt fouten. Hoewel ik het boek voordien drie keer had nagelezen. Mijn uitgever raadde mij aan om het boek door iemand anders te laten nalezen. Dus heb ik mijn vriendin Marjolein gevraagd om dit te doen. Door een technisch probleem met haar computer kon zij het manuscript wel lezen maar niet bewerken. Ze heeft mij toen een email gestuurd met de fouten die ze gevonden heeft. Deze email kwam twee dagen voor de deadline. Toen ik om 23 uur thuis kwam van het werk, moest ik dus nog mijn manuscript bewerken. Ik zocht de fouten op die Marjolein mij doorgemaild had en verbeterde deze. Daarna heb ik het manuscript nog eens volledig nagelezen. Uiteindelijk was het twee uur ’s nachts toen ik daarmee klaar was. De volgende dag kon ik dan het definitieve manuscript naar de uitgever sturen. Het was best wel moeilijk om het niet nog een laatste keer na te lezen.

Tweede boek

Het idee voor mijn tweede boek kwam tijdens het tv kijken. Als ik rond 23 uur 30 van mijn werk thuiskom kijk ik tv om mij te ontspannen. Maar die avond werkte de tv niet ontspannend. De ideeën vlogen rond in mijn hoofd. Elke keer moest ik de televisie op pauze zetten om de ideeën op te schrijven. Al gauw was het 1 uur ’s nachts en vloog de pen nog altijd over het papier. Aangezien ik ondertussen echt moe was, ben ik met veel moeite gestopt met schrijven.

Toen ik op een vrije dag thuis in mijn leesstoel zat, kreeg ik zin im aan mijn boek te werken. Ik voelde dat ik een creatieve bui had.  Rond 19 uur zette ik mijn laptop op en nam me voor om een uurtje te schrijven. Mijn vingers vlogen over het toetsenbord en ik verloor de tijd uit het oog. Ik ging helemaal op in het verhaal dat ik aan het schrijven was. Uiteindelijk stopte ik met schrijven omdat mijn vingers pijn deden en omdat ik uitgeput was. Toen ik op de klok keek, was ik al 6 uur lang aan het schrijven. Ik heb het stuk waaraan ik bezig was afgeschreven waarna ik de computer uitgeschakeld heb.”